
Een tweede spoortraject bij autisme is niet automatisch noodzakelijk. De diagnose autisme of een autismespectrumstoornis (ASS) is nooit op zichzelf een reden om een tweede spoortraject te starten. De centrale vraag is of een werknemer duurzaam kan terugkeren in de eigen functie of in ander passend werk binnen de organisatie. Wanneer dat niet mogelijk blijkt, kan een tweede spoortraject nodig zijn om passend werk bij een andere werkgever te onderzoeken.
Veel werknemers met autisme functioneren jarenlang succesvol in hun functie. Problemen ontstaan vaak pas wanneer er een mismatch ontstaat tussen de werknemer en de werkomgeving. Denk bijvoorbeeld aan:
Wanneer een werknemer hierdoor langdurig uitvalt, onderzoeken de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige eerst of terugkeer binnen de eigen organisatie mogelijk is. Pas wanneer blijkt dat:
kan een tweede spoortraject aan de orde zijn.
Autisme veroorzaakt niet automatisch arbeidsongeschiktheid. Veel mensen met autisme beschikken juist over kwaliteiten die op de arbeidsmarkt zeer waardevol zijn, zoals:
Tegelijkertijd kunnen bepaalde omstandigheden tot problemen leiden. Voorbeelden zijn:
In veel gevallen blijkt niet de functie zelf het probleem, maar de omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd.
Geen twee werknemers met autisme zijn hetzelfde. De ene werknemer heeft behoefte aan duidelijke structuur en voorspelbaarheid. De andere werknemer functioneert juist goed in een dynamische omgeving, maar ervaart moeite met sociale of politieke aspecten binnen organisaties. Daarom kijken arbeidsdeskundigen niet alleen naar functietitels, maar vooral naar:
Een succesvolle re-integratie ontstaat wanneer de werkomgeving aansluit bij de manier waarop iemand functioneert.
De diagnose zegt weinig over de daadwerkelijke inzetbaarheid van een werknemer.
Twee vergelijkbare functies kunnen sterk verschillen in prikkelbelasting en sociale interactie.
Een goed traject begint vaak met arbeidsoriëntatie en inzicht in belastbaarheid.
Regelmatig blijkt de werkomgeving belangrijker dan de functie-inhoud.
Duurzame plaatsingen ontstaan wanneer kwaliteiten en mogelijkheden centraal staan.
Autisme maakt een tweede spoortraject niet automatisch noodzakelijk. De diagnose is uiteindelijk minder belangrijk dan de vraag onder welke omstandigheden iemand duurzaam kan functioneren. Werkgevers die investeren in een zorgvuldig arbeidsdeskundig onderzoek, een realistische Functiemogelijkhedenlijst (FML) en een grondige analyse van de werkomgeving vergroten de kans op succesvolle re-integratie aanzienlijk. Bij autisme blijkt in de praktijk vaak dat structuur, communicatie, prikkelverwerking en sociale belasting bepalender zijn voor duurzaam functioneren dan de functie zelf.
Praktische tip: Stel bij langdurig verzuim niet als eerste de vraag "Welke functie past nog?", maar "Welke werkomstandigheden zijn nodig om duurzaam te kunnen functioneren?" Dat levert vaak betere re-integratieresultaten op.