
De kosten van een tweede spoortraject liggen in Nederland tussen €2.000 en €5.000. Voor een traject bij Jobup van ongeveer zes maanden ligt de prijs tussen €3.400 en €4.200.
Die bandbreedte zegt niet alles. De prijs hangt direct samen met de inhoud van het traject en de hoeveelheid werk die nodig is.
De belastbaarheid van de medewerker speelt daarin een duidelijke rol. Is die helder, dan is minder onderzoek en afstemming nodig. Bij onduidelijkheid of beperkingen vraagt het traject meer inzet, en dat zie je terug in de kosten.
Ook de complexiteit van het dossier weegt mee. Bij meerdere medische factoren of discussie over inzetbaarheid kost de onderbouwing en verslaglegging richting het UWV meer tijd.
Daar zit het verschil.
Kosten verschillen omdat de invulling van een tweede spoortraject sterk uiteenloopt. Aan de buitenkant lijken trajecten vergelijkbaar, maar de diepgang en begeleiding verschillen.
In het lagere segment is de begeleiding beperkt en ligt er meer verantwoordelijkheid bij de medewerker zelf. Contactmomenten zijn minder frequent en de verslaglegging blijft globaal. Dat kan voldoende zijn als de situatie overzichtelijk is.
In het hogere segment, zoals bij Jobup, ligt de nadruk op specialistische begeleiding. Er is intensiever contact, er wordt actief gezocht naar passende functies en iedere stap wordt zorgvuldig vastgelegd in het dossier. Dat maakt het traject inhoudelijk sterker.
Die extra inzet vraagt meer tijd per traject en vertaalt zich in een hogere prijs. Daar zit het verschil.
Uiteindelijk wordt die inhoud pas echt zichtbaar bij de beoordeling door het UWV. Een goed onderbouwd traject verkleint dan het risico op discussie of een loonsanctie.
Een tweede spoortraject bij Jobup van zes maanden ligt tussen €3.400 en €4.200. Dat geeft een concreet referentiepunt voor werkgevers die kosten willen inschatten. Binnen dat traject ligt de focus op specialistische begeleiding richting passend werk buiten de eigen organisatie.
De trajectprijs is alleen niet het volledige beeld. In veel dossiers komen aanvullende kosten naar voren, afhankelijk van wat nodig is om het dossier goed te onderbouwen. Een arbeidsdeskundig onderzoek of assessmment is daar een voorbeeld van.
Dit wordt ingezet bij twijfel over de mogelijkheden van de medewerker en kost gemiddeld €600 tot €800. Dat is een extra investering. Tegelijk zorgt zo’n onderzoek voor onderbouwing richting het UWV en verkleint het de kans op discussie of een loonsanctie achteraf.
De kosten van een tweede spoortraject liggen bij de werkgever. Dat is het uitgangspunt.
In sommige gevallen vergoedt een verzuimverzekering een deel van de kosten, meestal tussen de 70 en 80 procent. Die vergoeding is niet vanzelfsprekend.
Er gelden voorwaarden voor de timing en inhoud van het traject. Als een traject te laat start of het dossier onvoldoende is onderbouwd, kan de vergoeding vervallen.
De duur van een tweede spoortraject ligt tussen de drie en twaalf maanden. Dat is de gebruikelijke bandbreedte.
De duur heeft invloed op de kosten, maar zegt weinig over de kwaliteit. Het UWV kijkt vooral naar wat er daadwerkelijk is gedaan in die periode.
Een kort traject kan voldoende zijn als de situatie duidelijk is. Een langer traject kan nodig zijn bij twijfel of complexiteit.
Langer betekent alleen niet automatisch beter.
De inhoud en onderbouwing wegen zwaarder dan het aantal maanden.
Het grootste risico zit niet in de kosten van het tweede spoortraject zelf. Het zit in een traject dat niet voldoet aan de eisen van het UWV.
In dat geval kan een loonsanctie volgen. De werkgever moet dan maximaal een jaar extra loon doorbetalen.
De medewerker ontvangt in die periode geen WIA-uitkering. De kosten lopen daardoor snel op.
Bij een jaarsalaris van €45.000 kan dit oplopen tot ongeveer €55.000 inclusief werkgeverslasten en extra begeleiding.
Dat plaatst de kosten van een tweede spoortraject in een ander perspectief.
Een tweede spoortraject is niet logisch als het arbeidsdeskundig onderzoek laat zien dat er nog concrete mogelijkheden zijn binnen het eerste spoor. De focus hoort dan te liggen op terugkeer in eigen of passend werk binnen de organisatie.
Dat geldt ook wanneer er nog geen benutbare mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld bij volledige maar tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Zonder inzetbaarheid kun je geen traject starten dat tot werk leidt.
Daarnaast moet de keuze uitlegbaar zijn richting het UWV. Als het arbeidsdeskundig onderzoek geen duidelijke noodzaak voor spoor twee laat zien, kan starten juist vragen oproepen.
In deze situaties levert een tweede spoortraject vooral kosten op, terwijl het weinig bijdraagt aan re-integratie. Eerst spoor één zorgvuldig afronden ligt dan meer voor de hand.
De kosten van een tweede spoortraject liggen tussen €2.000 en €5.000. Bij Jobup kost een traject tussen de €3.300 tot €4.200 voor zes maanden begeleiding.
De belangrijkste afweging zit niet alleen in de prijs. De kwaliteit van de uitvoering en de onderbouwing van het dossier maken het verschil.
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer